onsProat: Het Venetië van het Oosten

Hallo allemaal,

Het is groen met geel, niet vooruit te branden, en toch altijd net iets eerder bij de afslag dan jij dat bent….. de lestrekker van Relker.

Belemmert hij uw weg net zo vaak als die van mij ? Het stomme ding schiet niet op en de tijd tikt door. Ik heb altijd haast en al heb ik tijd zat dan nog ben ik ongeduldig. Gefrustreerd schakel ik terug naar de 2e versnelling van mijn auto. Er is niets aan te doen, de weg is smal en de trekker groot. Maar ach, wat loop ik mezelf toch weer druk te maken. Afgezien van een paar drempels, 4 stoplichten, enkele spoorwegovergangen en een lestrekker is er in Markelo eigenlijk niets dat onze weg belemmert. We hebben het goed voor elkaar in ons dorpje. Alleen een goeie slager en voldoende starterswoningen ontbreken als u het mij vraagt. (meer…)

onsProat: D’r an met de lippe

Wanneer het precies was weet ik niet meer, maar het moet een jaar of 15 geleden zijn geweest. Toen begon ik bewust te ‘oefenen’ om echte volzinnen in het dialect te praten. En dat klonk helemaal nergens naar, maar ik wilde het gewoon leren. Bij ons thuis praatten mijn ouders altijd dialect. Dat wil zeggen; wél met elkaar, maar nooit met mij en mijn zusje. Een bewuste keuze: mijn ouders vonden het beter om ons met de Nederlandse taal groot te brengen – dat leerden we op school immers ook.

Maar hè, wij zijn Tukkers en hebben ons ‘eigen’ dialect. En als je het niet spreekt, is het verdomd lastig om het je eigen te maken. Helemaal op latere leeftijd. Dialect verstaan is écht iets anders dan dialect praten. Toegegeven: ik doe het vaker niet, dan wel. En als het me ook maar iets ongemakkelijk wordt, schakel ik automatisch weer over op Nederlands. Maar ik dénk dan nog wel vaak in het dialect, zonder dat je er erg in hebt. En dan krijg je soms hilarische situaties.

Zo kan ik me nog een gesprek met mijn orthopeed herinneren. Hij vroeg me hoe het ging met mijn nieuwe heup (ik heb een plastic exemplaar gekregen vorig jaar). “Oh, ik ben goed te pas” zei ik. “Goed ‘te pas’?” zei hij met klemtoon op “te pas”, “maar zoveel mag u er nog helemaal niet mee lopen hoor!”.  Eh… ja. Dat dus. (meer…)

onsProat: #DOESLIEF!!

Dat is de afgelopen week gelanceerde campagne van SIRE, die bedoeld is om mensen bewust te maken van hufterig en asociaal gedrag. Het doel wat ze hiermee willen bereiken is dat we allemaal wat liever tegen elkaar gaan doen! Ik zeg…..hulde!

Een paar cijfers op een rij.
In 2018 is 53.265 keer het woord ‘klootzak’ getweet. Oké, dat is niet zo lief, maar ach, daar kan ik nog niet zo wakker van liggen. Ik vind ook wel eens iemand een klootzak. En dat zullen er ook wel wat van mij vinden. Dat boeit me eerlijk gezegd niet. Klootzak is toch een beetje een algemeen woord wat al snel gezegd wordt.
Maar waar ik dan wel van schrik is dat er vorig jaar 146.571 scheldtweets met het woord ‘kanker’ voorbij zijn gekomen!! Dat is bijna 3 keer zoveel als ‘klootzak’. Ik zou bijna willen tweeten dat ik ze alle 146.571 op de spreekwoordelijke ‘bek wil slaan’. Maar ja, #dasnietlief. En gezien het grote aantal, ook niet te doen natuurlijk. Maar het is verdorie toch verschrikkelijk dat er zo ontzettend veel mensen zijn die dat woord op zo’n slechte manier gebruiken? Waanzin. Dus in dat opzicht wil ik tegen die tweeters zeggen, denk na over wat je teweegbrengt met dat scheldwoord en #DOESLIEF. Maar denken jullie dat zulke mensen deze campagne snappen? Ik weet wel zeker van niet. Zijn ze te dom voor.

Wat ik persoonlijk een ontzettende ergernis vind is agressie of geweld tegen hulpverleners. Hoe haal je het in je botte hersens. In 2016 waren hier volgens de cijfers 7.502 verdachten van en een jaar later al 8.964. Dat is een toename van bijna 20 procent. In 1 jaar. Te gek voor woorden toch?
Nu wil het geval dat ik door een vervelende val van een vriend, die hierdoor helaas zijn enkel op 4 plaatsen heeft gebroken, voor het eerst van mijn leven vóórin een ambulance heb gezeten afgelopen week. Wat een ervaring!! Ik voerde, ondanks de situatie, een erg leuk gesprek met de dienstdoende ambulancechauffeur over het feit dat het gedrag van mensen de afgelopen jaren wel negatief veranderd was. Ik hemelde hem nog op dat ik veel respect voor hem en zijn collega’s heb. In het kader van #DOESLIEF was ik erg goed bezig vond ik zelf. Maar onder dat gesprek bekroop mij een kinderlijk verlangen! Iets wat me mijn hele leven al rete spannend lijkt en nu dichterbij was dan ooit. Dus ik besloot om de stoute schoenen aan te trekken en met mijn liefste en aardigste stem aan de nobele broeder te vragen…… “Mag de sirene aan?” (meer…)

onsProat: Stront aan de knikker

Het seizoen is “los”. Tractoren met drijfmest injectoren rijden af en aan. Beide hebben imposante afmetingen. Ze passen niet meer door een weide inrit van een hobby boertje. Injecteren vermindert de uitspoeling van mest en ammoniak vervluchtiging en het is tijdbesparend omdat de mest nadien niet ondergewerkt hoeft te worden. Bovendien – niet onbelangrijk – zou er minder stankoverlast zijn. Het beeld van de giertank in de wei met een soort sproeiende regenboog van vloeibare mest is verleden tijd.

Ik heb er volkomen begrip voor dat het moet gebeuren. En ik ben me ervan bewust dat agrariërs vanwege de mestwetgeving – net als door vele andere wetten die hun bedrijf raken – sterk aan banden worden gelegd. Ik kan me voorstellen dat het hun zelfstandigheid en daarmee hun werkplezier beperkt. Ondertussen kunnen we onze ogen niet kunnen sluiten voor de gevolgen op lange termijn en voor de generaties na ons. Dus ongelimiteerd mest produceren en daarna de bodem ermee verzadigen is niet zo duurzaam gedacht.

De geur van mest is wel een dingetje voor mij. Stel je voor: het is één van de eerste stralende dagen in het vroege voorjaar. Ik heb net een vrije dag en wil flink uitpakken door de was buiten te hangen, bedden te luchten en alles te luchten wat moeilijk te wassen is maar wel fris moet worden. Het spul hangt allemaal buiten, bij ons buitenaf op de hoeve, op de hele lange waslijn waar ik zo blij mee ben.

En daar komt de injector aanrijden. Het lijkt alsof de machine mij uitlacht. Er is voor mij geen “griep’n meer an” want de uitdagende lachebek met zijn tientallen armen werkt snel en heeft de mest al in de bodem voordat ik de dekbed overtrekken binnen heb. Gevolg: ’s avonds lig je in bed en het ruikt alsof je 100 scheten hebt gelaten terwijl je buikgriep hebt. Het blijft ook zo ruiken tot je opnieuw gewassen hebt en noodgedwongen de droger gebruikt. Als ik het overhemd strijk, waarvan ik gedacht heb dat het nog wel meevalt en dat die niet stinkt, komt mij direct een penetrante geur in de neus, die mij doet besluiten het kledingstuk acuut weer in de machine te gooien. (meer…)

onsProat: Aan talent geen gebrek….

Gekleed in mijn groene John Deere overall en gewapend met een kleine schep, ging ik vroeger regelmatig met mijn vader op pad om hem te helpen met het werk op de boerderij. Mijn favoriete klusje was zand van de kuil gooien. Pa gooide het zand naar links, en ik gooide het zand naar rechts. Zand van de kuil gooien was altijd een flinke klus maar gelukkig maakten de mandarijntjes, die pa van tevoren verstopte in het zand het karwei voor ons beiden de moeite meer dan waard.

Ik wist het al van jongs af aan, ik wilde boer, profvoetballer of loonwerker worden. Voor mijn 6e verjaardag mocht ik op voetbal en kwam ik net als vele anderen terecht onder de vleugels van Gerrit Tjoonk. Gerrit leerde ons van alles, dribbelen, koppen, schieten, noem maar op. De eerste wedstrijd, die ik speelde op de gebruikte schoenen van mijn neef Steven, herinner ik mij nog goed. Profvoetballer worden zat er voor mij niet in. Ik had geen talent.

Bij mijn neef Steven verliep het anders, hij strikte niet zogenaamd zijn veters omdat hij moe was en was niet afgeleid als er tijdens de wedstrijd een trekker voorbij kwam rijden. Voetbal stroomt namelijk al generaties lang door de aderen van de familie Bloemen. Lang voordat ik begon te voetballen stond ik al met 1-0 achter.
Voetbal zit niet in het DNA van mijn familie, ma heeft niets met voetbal en pa heeft wel gevoetbald maar was letterlijk en figuurlijk een schaduwspits. Hij was er wel maar je zag hem niet. Voor mij viel er geen voetbaltalent te erven en al deed Gerrit nog zo zijn best en trok hij wel 100 keer mijn oren er bijna af, ik had nou eenmaal andere talenten. (meer…)

onsProat: Rode oortjes

Als je op Google zoekt op het woord “column”, levert het onder andere dit op: “Van een column verwacht je een mooie schrijfstijl en een duidelijke mening. Een column mag shockeren. Graag zelfs. Al schrijvende mag je de grenzen best overschrijden. De lezer verwacht van een column een nieuwe invalshoek”.

Dus, hou je vast. Want ik ga het ergens over hebben waar iedereen wel een gevoel of mening over heeft: porno.

Jaja, Markelo. Porno. Je kunt nu nog stoppen met lezen als je dit toch echt te ver gaat. Voor anderen, toch wel nieuwsgierigen onder ons, ga ik hieronder verder. (meer…)

onsProat: Guilty pleasure!

Oké, oké, oké, ik geef het toe! Ik heb oprecht een ontzettende guilty pleasure! 

Voor de niet Engels sprekenden of de oudere generatie….de exacte Nederlandse betekenis is; ” ‘iets waaraan men stiekem genoegen beleeft hoewel men weet dat het eigenlijk niet hoort; stiekeme geneugte; heimelijk pleziertje.” 

Nou, ik zal jullie verklappen wat de mijne is. Ik heb hem namelijk afgelopen vrijdag beleefd bij De Haverkamp. Mamma Mia, here I go again……..ABBA!! Ik vind het zelf ook echt te slecht voor woorden, maar daarom is het dus ook een guilty pleasure. Ik ga er ook geen doekjes om winden. In de auto naar Zuid-Frankrijk, op een vage zondagmiddag met wijn of zoals afgelopen vrijdag. Meeblèren met Abba! Ge-wel-dig!

Maar wees eerlijk, iedereen heeft toch guilty pleasures? Niemand in mijn omgeving kijkt naar omroep Max. Want dat is niet hip en kan echt niet! “Oh nee, dat programma kijk ik nooit, echt verschrikkelijk”, wordt er dan gezegd. Ik kijk dus wel. En wel naar 2 programma’s.”We zijn er bijna”. Geweldig om te zien hoe Beppie, met de krulspelden in, de was in Italië ophangt aan de caravan. De andere is “Droomhuis gezocht”. Je wéét gewoon dat het een georganiseerd programma is en niemand écht een huis zoekt, maar toch is het fantastisch om te zien welke oerkreten er los komen als ze een mooi huis zien. De kijkcijfers zijn torenhoog, maar niemand kijkt er dus naar als je ernaar vraagt. Ja, ja….waar komen die cijfers dán vandaan? Precies…guilty pleasure. (meer…)

onsProat: Goed nieuws

Dat is goed nieuws: de Grösmeijers op vrijdagmiddag in de tent bij het Dorpsfeest.

Hilko: dat doe je perfect! Verandering; en in goed overleg met die muzikale talenten. Dat is voorzitterschap op z’n Maarkels.

Als ex voorzitter van het Dorpsfeest heb ik bijzonder goede herinneringen aan de “kapel” zoals we die in de volksmond noemen. En respect ook. In mijn tijd was hun eerste optreden van het Feestweekend het ophalen van de Schutterskoning van het vorige jaar. ’s Ochtends heel vroeg verzamelen, koffie en broodje, en dan op weg. Van hen wordt constant een goed humeur verwacht en het vermogen om te “bloazn”. Ook van de leden die het op de vrijdagavond in de tent nog laat hebben gemaakt. Het heeft Maarkelse charme dat zowel kapel als genodigden op dat tijdstip nog niet op hun scherpst zijn.  Een goede vriend van ons is al meerdere keren schutterskoning geweest, en ook zijn zoon viel die eer te beurt. We hebben het festijn  van dichtbij meegemaakt. De kapel maakt er altijd een onmeunig mooi feest van. Met de koning op de wagen gaat het richting vogelschietterrein, waar de kapel in alle weersomstandigheden de kogelregen ondersteunt met vrolijke noten. En ze zien er blij uit en doen erg hun best. Ik weet dat ze het zelf ook onwijs gezellig vinden. (meer…)

onsProat: Afslag gemist

Dag allemaal,

Het overkomt me maar wat vaak, de afslag missen of informatie totaal niet meekrijgen omdat ik op dat moment 2 dingen tegelijk aan het doen ben of omdat ik simpelweg niet goed oplet. Neem nou 2e kerstdag, een verkeerd genomen afslag kostte mij de titel bij de kerstcrossloop en een verkeerd opgevolgde instructie zorgde ervoor, dat ik tijdens de zeepkistenrace van de PJGO een sanitair bezoek maakte in het verkeerde huis. Het is allemaal geen ramp en we denken er met een lach aan terug, maar komend jaar wil ik er toch aan gaan werken. Goede voornemens laten we maar zeggen.

Mijn goede voornemens beginnen vandaag, het is alweer 2 jaar geleden dat ik voor het laatst heb geskied en nu is het zover. Ik ga voor de 3e keer skiën in het prachtige Winterberg. De eerste keer weet ik nog goed, de instructie “hoe te sturen” en “hoe te remmen” gingen volledig aan mij voorbij en mijn eerste echte afdaling was een regelrechte ramp. Kom maar mee Mösker, deze afdaling kun jij ook wel zeiden de ervaren skiërs tegen mij. Die bult met sneeuw was echt enorm en mijn ervaring heel erg klein, de snelheid te hoog en de remweg heb ik volledig gemist. Vandaag doe ik het dunnetjes over maar dan wel met een zwaar anker, een lang stuk touw en een goede helm. (meer…)

onsProat: Foutje, bedankt

Zo, hallo dan. Mijn eerste echte column nu! En die is meteen veel langer geworden dan dat ik eigenlijk zou willen.

Want ik heb deze week wel een paar keer moeten nadenken over wat ik zou opschrijven. Laat ik er maar geen doekjes om winden: dat komt door de column van vorige week. Ik ben ervan geschrokken. Niet eens zozeer om de inhoud van de column – want dat mag de columnist zelf bepalen. En ook niet van de daaropvolgende reactie van de redactie.
Waar ik het meest van ben geschrokken, is de aard van een aantal reacties onder de bewuste Facebookberichten. Voor de duidelijkheid; reacties plaatsen vind ik niet verkeerd. Maar sommigen vonden het blijkbaar nodig om digitaal hun gal te spuwen in de vorm van (voor)oordelen die men heeft. En dat slaat echt hélemaal nergens op. Ik heb er geen goed woord voor over.

Naast het feit dat ik een paar mensen heel graag op een cursus “hoe schrijf ik correct Nederlands?” zou willen sturen, wil ik er nog één ding over zeggen: denk beter na. Denk na over wát je schrijft en wie het allemaal kunnen lezen. En daarmee basta.

Het is halfweg januari. En laat ik eerlijk zijn; het is mijn minst favoriete maand van het jaar. Het weer is prut, de feestdagen zijn achter de rug en het voorjaar lijkt nog mijlen ver weg. Maar gelukkig gaven de laatste paar dagen van december genoeg energie om januari mee door te komen. Want wat was de Maarkelse Kwis toch geweldig gaaf! Ik hoor nog wel eens van die azijnpissers over dat er “in Markelo nooit zoveel georganiseerd wordt” of dat het “altijd dezelfde dingen” zijn. Bah. Het is zó makkelijk om dit soort commentaar te leveren. Ik krijg er altijd groengele uitslag van. Organiseer dan zelf eens wat zeg. (meer…)