Eindstation ABZ nog niet bereikt


Voor menigeen is de fabriek midden in het centrum van Markelo een doorn in het oog. Maar aan de andere kant heeft de fabriek vooral in de vorige eeuw ook gezorgd voor werkgelegenheid. Desalniettemin brokkelt het draagvlak voor de fabriek in het centrum van Markelo af. De fabriek van ABZ Diervoeding belemmert de ontwikkeling van het dorpscentrum van Markelo. Dat stellen VVD-Statenlid Dinand Leferink en PvdA-Statenlid Annemieke Wissink. Ze kregen onlangs bijval vanuit de lokale politiek. De twee Overijsselse Statenleden hebben inmiddels antwoorden ontvangen van Gedeputeerde Staten van Overijssel op vragen die zij stelden omtrent de inzet van de provincie om veevoederfabriek ABZ te verplaatsen .
Leferink en Wissink geven aan de komende week eerst de Perspectief nota en besluitvorming rondom Corona maatregelen in de Provinciale Staten te willen afronden om zich daarna in het zomerreces te beraden op vervolgstappen met betrekking tot ABZ. Leferink: “Voor Annemiek Wissink en mij is de beantwoording door Gedeputeerde Staten nog niet het eindstation. We willen de komende maanden gebruiken om toch met meerdere partijen om tafel te gaan zitten om een opening te creëren en ons uiteindelijke doel te bereiken.”

Gedeputeerde Staten bevestigt dat gemeente Hof van Twente gesprekken heeft gevoerd met als doelstelling de bedrijfsverplaatsing van en ABZ Diervoeding heeft te kennen gegeven te willen verplaatsen. Eind 2017 is een motie door de gemeenteraad aangenomen om de mogelijkheden voor verplaatsing te onderzoeken. De gemeente heeft vervolgens de mogelijkheden voor verplaatsing verkend. In overleg tussen gemeente en provincie is de Herstructureringsmaatschappij Overijssel (HMO) daarbij betrokken. HMO is voor ons het instrument voor het vitaliseren van werklocaties, waarbij ook bedrijfsverplaatsingen aan de orde kunnen zijn. Vervolgens heeft een nadere verkenning naar de verplaatsingsmogelijkheden plaatsgevonden waarbij ook de expertise van de HMO is betrokken. HMO geeft aan dat zij op basis van deze verkenning concluderen dat de verplaatsing van ABZ ver buiten haar financiële mogelijkheden valt en dat ook met realistische inzet (financieel, organisatorisch, programmatisch) van ABZ en gemeente geen sluitende/passende businesscase te realiseren valt op gebiedsniveau. Er is geen provinciaal specifiek beleid of programma met middelen gericht op bedrijfsverplaatsingen.

De provincie geeft aan in situaties als deze, waarbij de leefbaarheid en de economische ontwikkelkansen van een kern worden belemmerd door de aanwezigheid van een grootschalig bedrijf in het centrum, geen beleid en financiële middelen te hebben voor de verplaatsing van bedrijven uit dorps- of stadskernen. Zowel provincie als gemeente bevestigen graag te zien dat de fabriek wordt verplaatst, dat is ook uitgesproken in de motie. HMO geeft aan dat de samenwerking tussen de betrokken partijen bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor verplaatsing goed is geweest.

De provincie geeft aan niet rechtstreeks met ABZ gesproken te hebben en stelt dat de gemeente gesprekspartner is voor ABZ als bevoegd gezag voor RO en Milieu.