onsProat: Januari

Klappertandend van de kou, fiets ik in mijn eentje midden op de Borkeld. De oostenwind waait guur en in de ‘nieuwe’ natuur is nauwelijks een boom te bekennen, die dik genoeg is om even achter te gaan staan om te schuilen. Een slokje water nemen zonder lekken gaat niet meer en een voorbijganger volmondig ‘goedemiddag’ zeggen is een hele opgave. Met het gezicht half bevroren en de vingers stekend van de kou fiets ik, verlangend naar een warme douche bibberend richting huis. Het is winter in ons land en we zitten in de maand januari. Gevoelsmatig voor mij ieder jaar de langste maand, waar maar geen einde aan lijkt te komen.

Het is gespreksonderwerp nummer 1 als we niet weten weten waar we het anders over moeten hebben en het bepaalt zelfs voor een deel ons humeur. Het weer en de seizoenen zijn er altijd en overal. Ze stellen af en toe teleur, en maken ons zo nu en dan heel erg vrolijk.

Terwijl ik enigszins opgewarmd aan de keukentafel wat aan mijn column typ en uitkijk over de natgeregende weilanden en verkleumde fietsers, stijgt het verlangen naar het eerstvolgende seizoen met haar bijbehorende rokjesdag, lammetjes en drukbezette hoveniers. Het matige weer van de afgelopen weken stemt me somber en doet me beseffen dat we nog een verrekte hoop van 2020 tegoed hebben.

Misschien moeten we eens minder gaan kijken naar wat we allemaal gemist hebben, en juist meer naar datgene wat we nog tegoed hebben. Wie weet komen er dit jaar Olympische spelen of mogen we weer in teamverband sporten en misschien gaat de horeca weer open, of zijn er zelfs weer evenementen op onze kalenders te vinden, wie zal het zeggen. Maar met de wetenschap dat over 2 maand het voorjaar begint en we beetje bij beetje, gevaccineerd en wel kunnen genieten van bloeiende appelbomen, gele narcissen, paarse krokussen, langere dagen en ander weer dan is deze winter ondanks alle beperkingen toch eigenlijk best nog wel te harden?

Prettige zondag,

Christiaan Mensink