onsProat: Ergernissen!

Wie kent ze niet? De dagelijkse kleine ergernissen. Het is heel spijtig voor de medemensen in mijn gezin, maar ik heb er helaas best wel last van. Over het algemeen ben ik best een blij persoon. Maar dat ik aan de ene kant blij ben, kan ik aan de andere kant soms ook flippen om niks. En me kapot ergeren aan de stomste dingen. Waardoor ook Niek Tijink niet altijd een leuker mens wordt. Afgelopen vrijdag was zo’n dag.

Ik kwam vrolijk fluitend van mijn werk thuis. Fiets langs het huis en stuiter daar direct op de fiets van zoonlief. Omdat dat rotding precies op de looproute is geparkeerd. Ik val half van de fiets en langs de kettingkast schaaf ik mijn scheenbeen kapot. Gevloek. En ergernis nr. 1.  Ik wil naar binnen en val over de schoenen van zoonlief. Die liggen voor de deur op de mat. Gewoon daar uitgeschopt omdat dat volgens hem de beste plek was om te doen denk ik. Hoppelepee, mijn enkel verzwikt. Pijn en ergernis 2. Dan hang ik mijn jas aan een uitpuilende kapstok. Oké, dat kan ik nog net aan. Maar vervolgens loop ik de keuken in en zie daar een neergekwakte rugtas van zoonlief op de stoel. Alle boeken die daar in zaten liggen nu over de hele keukentafel. Waarschijnlijk hadden die na de fietstocht uit Holten frisse lucht nodig ofzo. Dus moest hij ze bevrijden. Ergernis 3. En als ik dan naar rechts kijk zie ik een half geopende broodtrommel met daarin een niet opgegeten boterham met wat vanochtend vroeg nog vlokken waren. Waarschijnlijk lustte hij die niet meer omdat ze bij McDonald’s een dikke Big Mac hadden gehaald. Omdat ze net toevallig vandaag met alle vriendjes tegelijk hetzelfde uur uit waren. Ja, ja natuurlijk! Ergernis 4.

Ik ga naar de gang en roep naar boven. Geen teken van leven. Ergernis 5. Vervolgens wil ik de trap oplopen maar wordt ik eerst gestopt door een gymtas waardoor ik een halsbrekende acrobatenact moet uitvoeren om erover heen te komen. (Oké, ik kan hem zelf meenemen maar dat doe ik dus niet). Ergernis 6. En dan doe ik boven de deur van de ‘game’ kamer open om ‘hallo’ te zeggen, krijg ik binnen een nanoseconde te horen dat ik ff moet wachten want hij staat op winnen! Ergernis 7.

Dat betekent dus dat ik in ongeveer 3 minuten 7 ergernissen moet verwerken. En dat is na een dag werken best veel. Met als resultaat dat de eerste ontmoeting met zoonlief in het weekend eindigt in een stom geschreeuw van mijn kant. Ik ben dus geïrriteerd en noem mijn 7 ergernissen op. Zegt hij lekker nonchalant ‘doe toch eens rustig gast’. Wat? Ben ik een ‘gast’? Doe ff normaal, ik ben je vader! Zo praat je niet tegen mij. En terwijl grote ergernis nummer 8 zich vormt zegt hij ‘relax ouwe’!

Nu weet ik onderhand wel dat ‘gast’ en ‘ouwe’ gewoon in het vocabulaire van 14 jarige pubers zit en ze dit niet kwaad bedoelen. Maar toch blijf ik het wel zo opvatten. Zal wel een generatie dingetje zijn. Maar gevolg is wel dat ik geërgerd aan de avond begin. Terwijl ik toch zo good te passe was. Komt mijn lieftallige vrouw binnen en ziet mijn gezicht op onweer staan. Ik doe mijn verhaal en ze geeft me groot gelijk. Maar de manier waarop ik uiting geef aan mijn ergernissen vindt ze dan weer stom. Je reageert veel te heftig zegt ze dan. En hop, daar is ergernis nummer 9. Dat bepaal ik namelijk zelf wel. En als dan blijkt dat we die avond ook nog iets eten wat  ik niet zo lekker vind is ergernis nummer 10 geboren.

Als ik bovenstaande teruglees moet ik eerlijk zeggen dat ik wel een iets overtrokken zeiksnor ben. Met een veel te kort lontje.
Maar ik kan het niet mooier maken dan het is. En hoe heerlijk is het dat je thuis wel lekker jezelf kan zijn. Met alle tekortkomingen die daarbij horen.

Maar deze ‘ouwe gast’ beleeft dit weekend wel een prachtig carnavalsweekend met dweilorkest De Braandheultjes. Op uitnodiging lekker muziek maken in Duitse optochten en kroegen. Sehr gemütlich.

En oh ja, ik ben natuurlijk wel met een lach op mijn gezicht uit huis gegaan. Want je moet nooit met gedonder weggaan. Is voor alle partijen leuker.

Maak er een mooie zondag van. Bij voorkeur zónder ergernissen.

Alaaf und helau!

Niek