onsProat: Wat is pech, wat is geluk?

Toen ik vorig jaar december besloot om columns te schrijven, heb ik dat om meerdere redenen gedaan. De belangrijkste voor mij is “inzichten geven die misschien niet zo voor de hand liggend zijn”. Ik had van tevoren bedacht dat het in mijn columns daarom vaker letterlijk zou gaan over het feit dat ik (ongeneeslijk) ziek ben. En toch heb ik daar tot nu toe nog geen behoefte aan gehad – het is tenslotte ook niet een alledaags onderwerp. Maar het geeft wel voldoende stof tot nadenken.

Zo krijg ik best vaak de vraag: “Doe je dingen anders, nu je ziek bent?” Ja, tuurlijk doe ik dingen anders. In tegenstelling tot de periode vóórdat ik ziek was, zeg ik “nee” op iets (of tegen iemand!) waar ik totaal geen energie van krijg. Zonde van m’n tijd en levensplezier. Eigenlijk is het raar dat er een ziekte nodig is om je dat te doen beseffen, maar goed.
Ander voorbeeld is dat ik eerder iets koop wat ik normaal gesproken misschien niet zo snel zou doen. Hierbij kijk ik altijd naar twee dingen: 1) wil je het heel graag? en 2) kun je het betalen? Als op beide vragen het antwoord “ja” is, twijfel ik niet. Het werkt bevrijdend, kan ik je vertellen.

Een vraag die ik ook vaak krijg: “Geniet je nu meer van dingen?”. Nou nee, niet zozeer “meer”, maar wel op een andere manier. Intenser, rijker. Het is soms moeilijk uit te leggen. Ik kan bijvoorbeeld echt overspoeld worden door een geluksgevoel als ik naar buiten kijk, het zonnetje schijnt en ik zie twee keuvelende vogeltjes in de boom zitten. Of dat ik op een festival of feestje sta en ik zie dat iedereen om me heen het enorm naar z’n zin heeft. Dat er gedanst wordt, gelachen. Ik geniet dus veel meer ”in het moment”. Wees niet bang: ik word echt geen zweefteef, hoor. Maar dat soort dingen vallen je normaal gesproken gewoon niet zo snel op, omdat het allemaal vanzelfsprekend is.

En de laatste: “Jij hebt wel echt veel pech in je leven. Zelf ziek en je bent je vader ook al zo jong verloren”. Dat zijn twee gevallen van hele, hele dikke pech inderdaad. Meer is het niet. Maar verder? Mijn wieg stond in een heel warm nest, kwam niks tekort op geen enkel vlak (geluk). Ben ontzettend blij en dankbaar voor de 22 jaar die ik wél met mijn vader heb gehad (geluk). Ik heb een superleuke man en dito kind (geluk & wonder). Een grote, lieve vriendengroep om me heen (geluk).
Ik woon in Nederland, waar we godzijdank ontzettend goede gezondheidszorg hebben (geluk) die, als ik alle zorgkosten van de afgelopen jaren bij elkaar optel, al zo’n slordige 200.000 euro (!) in mij hebben geïnvesteerd (geluk). En daardoor nog steeds in leven ben (geluk), waardoor ik al het moois wat geweest is en nog komen gaat mee mag maken (geluk). Waaronder ons Dorpsfeest over twee weken (geluk) waar ik méér dan normaal, on-ge-lofelijk naar uitkijk en donders veel zin in heb. Van begin tot eind kan ik écht inténs genieten (geluk) zonder bezig te zijn met mijn ziekte (wil ik ook niet). Gewoon een heel gaaf feestje vieren!

Dus: wat is geluk en wat is pech? Die scheidslijn is soms flinterdun. Ik zeg het vaak tegen mensen, maar doe in vredesnaam de dingen die je wilt doen en blijf zoveel mogelijk weg van uitstelgedrag. Juíst als je gezond bent. En ik weet dat dat voor mij, in mijn situatie, misschien wel heel makkelijk praten is, ja. Klopt. Maar ik ben ervaringsdeskundige tegen wil en dank.

Iedereen kent de geijkte uitspraak “je leeft maar één keer”, maar die pas ik maar wát graag aan.

Je leeft élke dag, je gaat maar één keer dood.

Renske