onsProat: 60

Het is bijna zover; vanaf volgende week geeft dit cijfer aan hoe lang ik besta. Behoorlijk confronterend is het. Het getal 50 vond ik nog niet angstaanjagend; een soort tweede jeugd vergeleken bij dit oud klinkende 60. Alsof de rollator lachend op me wacht; alsof het onzeker is hoe lang ik nog zelfstandig kan auto rijden; alsof ik de traplift al vast moet bestellen.

Gelukkig voel ik me gezond, energiek en veerkrachtig. Het gezond zijn zie ik steeds meer als het aller-belangrijkste. Niet als vanzelfsprekend maar als een groot cadeau. Mijn dagen zijn vrijwel altijd mudjevol hetgeen weinig tijd laat voor Overdenken van het Leven. Dat past ook niet zo goed bij mij.

Toch komen problemen met gezondheid op je pad. Bij je partner, familie, vrienden. En dat komt keihard aan. Het is van alle leeftijden en het  zet je leven op zijn kop. Onzekerheid is daarbij een irritante factor. Dus ja, ik krijg tot nu toe persoonlijk elke dag een cadeau; mijn gezondheid.

Leeftijd heeft wel wat met mij gedaan. Uiteraard de lichamelijke ongemakken als haaruitval, eindeloze gebitsrevisies, een buik die niet weg wil maar waar ik wel altijd een goed excuus voor heb (tja, daar heeft een tweeling in gezeten van elk vijf pond en daarna is het nooit meer goed gekomen met de uitgerekte spieren), een gezicht met kraaienpootjes en rimpeltjes, wallen onder de ogen, kortom; mijn lichaam draagt duidelijk de sporen van 60. En dat alles valt niet op te peppen met cosmetica. Erger nog; het accentueert de oneffenheden; tenzij je een ster bent in camoufleren.

Waar eerder dat felrode nagellakje heel verzorgd en pittig stond, lijkt het nu een tikkeltje ordinair.

Daarnaast sta ik anders in het leven dan pakweg 20 jaar geleden. Ik vind dat ik niet de wijsheid in pacht heb, en dat ik elke dag kan leren van iets of iemand. Zo heb ik geleerd om minder snel te veroordelen. Ik heb ervaren dat er altijd meerdere kanten aan een zaak zitten. Ik kan een nuchtere Twent  die met beide voeten op de grond staat, enorm waarderen. Ik vind de filmpjes van Persbureau Kneuters – bijvoorbeeld Roodkäpke in ’t plat – om te gieren.  Aan de andere kant ontmoet ik ook graag mensen die een bijzonder beroep hebben, of een totaal afwijkende mening. Eigenlijk alles wat buiten de gebaande paden gebeurt vind ik interessant.

Zowel in mijn werk als privé is mijn drive het ontmoeten van en praten met mensen. Het biedt mij ALLES. Mensen zijn inspirerend. Praten met mensen maakt dat ik respect heb voor wat ze met mij delen, het maakt dat ik verbaasd ben, het biedt mij nieuwe zienswijzen, een gevoel van “oh heb jij dat nu ook” of “sjonge; je loopt er niet mee te koop maar dan heb jij het ook niet gemakkelijk” of “wauw wat een gave baan heb jij”. Naar mijn mening kan een goed gesprek uitsluitend plaatsvinden als je oprecht geïnteresseerd bent in die ander en als je van beide kanten wat openheid betracht.

Gelukkig heb ik altijd mensen om me heen. In mijn werk in het ziekenhuis zijn dat mijn collega’s. Ik werk graag en met plezier. Naar mijn eigen mening gaat me dat niet slechter af dan toen ik 30 was. In deze tijd is het voor bedrijven en instellingen nooit gemakkelijk om het je doelgroep – in mijn geval de patiënten – naar de zin te maken. Tussen wetgeving, voorschriften van zorgverzekeraars en protocollen door trachten we de patiënt als mens niet uit het oog te verliezen. En toch gaat dat soms mis, door een reeks van niet voorziene of niet tijdig voorkomen fouten. Juist in die gevallen is het van belang om met elkaar in gesprek te blijven.

Het is fijn om jonge mensen om je heen te hebben. Onze kinderen met hun partners. Ik hoor wat hen bezig houdt en wat ze beleven. Ik heb “vroeger” getracht hen normen en waarden bij te brengen, nu kan ik wat opsteken van de manier waarop zij in het leven staan. Bijvoorbeeld van de 2 simpele woorden “relax ma”. Ik ben trots als ik zie hoe zij, in de voetsporen van hun ouders, proberen iets te betekenen voor de gemeenschap op vrijwillige basis.

Jonge mensen; de vrienden van onze zonen, “vroeger” bij ons op het erf als speelkameraadjes, nu nog steeds als hechte kameraden met leuke vriendinnen en serieuze banen.  Die nog steeds wel een praatje met me willen maken als we elkaar tegenkomen, ook al ben ik (bijna) 60. Alle vrienden van onze zonen die bij ons over de vloer kwamen: ik heb een ge-wel-di-ge tijd met jullie beleefd; dank daarvoor.

Jonge mensen; onze kleinkinderen. Het is topsport, die vrijdag oppassen op 5. Qua organisatie, snelheid en conditie merk ik zo’n dag eigenlijk ook niets van het Gemene Getal 60. Ik ren vrolijk rond van de een naar de ander en besef dat ze mij heel veel plezier en ontroering geven. Kleinzoon Melle in Amsterdam; zijn ouders komen vaak met hem naar Markelo omdat ze weten dat opa en oma smachten naar hem en smelten van hem.

Ook mensen om mij heen in besturen en verenigingen waar ik onderdeel van ben. Ik ervaar het als bijzonder boeiend en ik krijg er heel veel energie van. Ondertussen probeer ik wel mijn “houdbaarheidsdatum” in het oog te houden. Soms betekent 60: ongeschikt.

Ik heb een positieve, optimistische en flexibele instelling. Dat vind ik in alle situaties helpend.

De pensioenleeftijd is opgeschort. Daar kun je hard over klagen maar dat helpt niet. Maak het werk zo draaglijk mogelijk. Er zijn regelingen of je moet zelf keuzes maken en je eigen plan trekken. Zie de zonzijde. Soms is het een voorrecht dat je nog kan en mag werken. Ik irriteer me overigens wel aan het  ogenschijnlijk verkapte leeftijdsbeleid bij sollicitatieprocedures van sommige bedrijven. Zeg gewoon dat je geen kandidaten van boven een bepaalde leeftijd zoekt maar zeg niet “dat je niet in het profiel past”. Bullshit. Soms kan een zestiger actiever zijn dan een dertiger. Het beste beleid is volgens mij de ouderen in een organisatie minder laten werken, daarvoor jongeren aannemen, en dan de ervaring van de oudere vloeiend op de jongere overdragen. Iedereen blij!!! Mijn werkgever omarmt dat beleid en daar word ik blij van.

Ik hoop van harte dat, mocht ik gestopt zijn met werken en niet meer dagelijks  in het ziekenhuis vertoeven, het mij niet overkomt dat ik vanwege ziekte 100 dagen in een ziekenhuis  in een bed moet liggen omdat niets en niemand mij wil hebben. En dat ondertussen Google dan ook nog precies weet welke medicatie ik gebruik. Ik denk dat ik ook hierin daadkrachtig moet zijn. Zelf de regie moet pakken en het een kwestie is van nu – tegelijk met het Magische 60 – vastleggen wat ik wel en niet wil op het moment dat ik zelf niet meer in staat ben om verstandige besluiten te nemen.

Afgelopen nacht was 60 minuten korter. Vanavond is het 60 minuten langer licht. 60 is zo gek nog niet. Proost! (ehhhh ook dat is een dingetje;  Ik “voel” die wijntjes eerder naar mijn hoofd stijgen dan voor de 60).

Diny