Zij is uiteindelijk de verantwoordelijke dat ik hier nu dit verhaal, en al die andere teksten uit mijn hand, zit te schrijven.
Vroeger schreef ik op school al graag verhaaltjes. Als ik ze nu teruglees, moet ik er stiekem om lachen. Een echt verhaal zat er niet in, maar toendertijd was ik er hartstikke trots op. Het spreekwoord luidt niet voor niks jong geleerd is oud gedaan.
Zij was het die ooit tegen mij zei: “Jij moet blijven schrijven. Misschien lees ik later nog wel eens iets van jou.” Of ze dat destijds echt geloofde weet ik niet. Ik in ieder geval niet. Ik was een verlegen en stil meisje daar op de Brookschole. Niet iemand waarvan je zou verwachten dat ze jaren later columns en andere teksten zou schrijven die door honderden mensen gelezen worden.
Maar kijk eens aan, juf. Het is me gelukt. Sterker nog, terwijl ik dit schrijf, zit u nog geen paar honderd meter bij mij vandaan in onze vakantiewoning. En vertelde u mij persoonlijk dat uw hulp mijn columns altijd aan u voorlas.
En dat alleen al voelt een beetje bijzonder.
Want hoeveel mensen krijgen de kans om ruim veertig jaar later nog eens tegenover hun oude juffrouw te zitten? Om herinneringen op te halen aan een schooltje dat er nog altijd staat, maar met de tijd ook zoveel veranderd is. Aan klasgenoten van vroeger. Aan verhalen die allang vergeten leken, maar ineens weer boven komen drijven alsof het gisteren was.
Vorig jaar vertelde ze mij al over haar reizen naar Denemarken. En nu ze had gehoord dat wij over een bijzonder vakantiehuis beschikten, wilde ze deze ook erg graag boeken om dit met eigen ogen te mogen zien. Inmiddels is ze 82 jaar oud. Misschien niet meer zo fit als vroeger, maar ik weet zeker dat menigeen ervoor zou tekenen om op die leeftijd nog zo vitaal te zijn.
Aanvankelijk zouden zij en haar vriendin zelf deze kant op rijden. Uiteindelijk bleek dat toch niet meer haalbaar. Bijna ging de reis daardoor niet door. Totdat ik bedacht dat ik mijn bezoek aan Nederland zo kon plannen dat ik hen mee terug naar Denemarken kon nemen. En zo geschiedde.
Zij waren mij daar ontzettend dankbaar voor. Maar ik was minstens zo dankbaar dat ik dit voor hen kon betekenen.
Eenmaal hier maakten ze nog dagelijks kleine uitstapjes. Iedere avond hoorde ik de verhalen over hun avonturen, afgewisseld met herinneringen aan de vele vakanties die zij in de afgelopen veertig jaar in Denemarken hadden doorgebracht.
Op een middag stonden ze met hun rollators voor onze deur. Ze waren komen lopen vanaf de gastenwoning. Even later zaten we samen aan de koffie bij ons aan de keukentafel.
Toen haalde ze een rood fotoalbum uit haar tas.
“Die is voor jou, Debby”, zei ze. “Ik heb er toch niets meer aan.”
Het bleek een album te zijn vol foto’s van ons Egyptische avontuur in 1988, waarmee we destijds bij de Tros op televisie kwamen. Een herinnering die ik nooit vergeten ben.
Samen haalden we nog veel meer herinneringen op aan de tijd op de Brookschole. Zo wist ze zich nog goed te herinneren hoe we tijdens een schoolkamp met de kano omsloegen en in het water belandden.
“Het was zó koud”, vertelde ze. “Wij waren bang dat jullie ziek zouden worden.”
Terwijl mijn vriendin en ik ons geen kou herinneren, maar wel dat we niet meer bijkwamen van het lachen.
Deze week spraken ze met regelmaat hun dankbaarheid uit. Dat ze hier nog een keer mochten zijn. Dat de reis toch door kon gaan. Dat ik ze had opgehaald uit Nederland.
Maar eerlijk gezegd denk ik dat de dankbaarheid juist andersom is.
Want hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat sommige mensen ongemerkt een stukje van je leven vormen.
Een juf ziet honderden kinderen voorbijkomen. Jaar na jaar. Voor haar ben je één van velen. Maar andersom geldt dat niet. Sommige leerkrachten blijven je een leven lang bij.
Deze week besefte ik dat een deel van wat ik vandaag doe, ooit begon in een klaslokaal van de Brookschole. In de verhalen die verteld werden. In de tekeningen die op het schoolbord verschenen. In de aanmoediging om vooral te blijven schrijven.
Misschien is dat wel het mooiste van onderwijs. Dat je als leerkracht soms iets in gang zet zonder ooit te weten wat ervan terechtkomt.
En daarom vind ik het misschien nog wel het allermooiste dat juf Rolien dit zelf nog heeft mogen meemaken.
Dat zij, ruim veertig jaar later, heeft kunnen zien wat er geworden is van dat verlegen meisje uit haar klas. Dat ze heeft gezien dat ik inderdaad ben blijven schrijven. Dat haar woorden van toen niet verloren zijn gegaan.
Misschien is dat wel wat een goede leerkracht uiteindelijk achterlaat. Geen cijfers of rapporten, maar kleine zaadjes die ongemerkt worden geplant en pas jaren later tot bloei komen.
Bedankt, juf Rolien.
Voor de verhalen.
Voor de creativiteit.
Voor het vertrouwen.
Debby