Vorig jaar was een feestelijk jaar in onze familie, er waren een aantal heugelijke feiten te vieren, waaronder ons eigen huwelijksjubileum. Dat was dan ook een mooie aanleiding voor mij om te gaan shoppen voor feestkledij. Fijn! Ik moest eerst even oriënteren wat er zo op de markt was. Ik had al wel een beeld maar dat maakt het niet altijd makkelijker. Uiteindelijk is het heel snel gelukt. Gelukkig!
Wat mij tijdens mijn shopronde opviel is dat heel veel kleding van polyester gemaakt is. Met name dan de feestelijker kleding. Polyester kleding is echt helemaal niet mijn ding, ik heb een grote hekel aan polyester kleding. Ik vind het niks. Een synthetische vezel wat uiteindelijk plastic is, gemaakt uit aardolie. Veel van mijn kleding is van katoen, linnen, wol en af en toe van zijde (als mijn portemonnee dat toelaat!). Het liefst draag ik natuurlijke materialen maar ik ontkom er bijna niet aan dat ik ook wel kleding heb waar wat polyester in zit. Dit is namelijk wat het meest te koop is.
Een paar weken geleden kwam ik een artikel tegen waarin stond dat in Nederland tegenwoordig 90% van de schapenwol weggegooid of vernietigd wordt. Dit is jaarlijks tussen de 1 en 1,5 miljoen kilo schapenwol! Soms moet de schapenhouder zelfs betalen voor de afvoer. Bizar! We gooien dus een natuurproduct weg om een kunstproduct te maken. Buiten dat het mij tegen de borst stuit om goede materialen “zomaar” weg te gooien, vind ik het ook respectloos om een natuurproduct op deze manier als waardeloos te kwalificeren. De oorzaak ligt volgens mij niet bij de schapenboeren of de wol-verwerkers maar doordat het “nieuwe verdienmodel” (uit aardolie), namelijk goedkope synthetische materialen, in hoog tempo veel natuurlijke vezels vervingen.
De wolhandel en verwerking was ooit een belangrijke sector in ons land, maar ook de textielindustrie – linnen – in Twente. De agrarische sector was en is nog steeds een belangrijke sector in ons land, laat het niet ook – WAS een belangrijke sector worden. Nieuwe verdragen ingaande per 1 mei met Zuid Amerika, gesloten door de EU maken het voor de agrarische sector heel lastig. Voor de bevolking geeft dit een afname van zekerheid van veilig voedsel. In dit geval wederom een verdienmodel wat buiten ons land ligt. Verdienmodellen die naar het buitenland gaan, goede producten die ons land zelf heeft of produceert worden vernietigd of uitgehold. Regels en wetten die op steeds grotere afstand van ons land of streek genomen worden, hoe vallen deze in werkelijkheid uit?
Er stond in Marclo’s Chronyke (Heemkunde) van april een mooi stuk ‘Varkens en de eerste wereldoorlog’ van Herman Sligman. Een stuk over grootschalig overheidsingrijpen. De inhoud in het kort samengevat: De Schweinemord (1915) was de massale slachting van 8 miljoen varkens door de Duitse overheid om graan te besparen. Dit bleek een rampzalige fout: het veroorzaakte een enorm mesttekort, deed oogsten mislukken en verergerde de hongersnood tijdens de Eerste Wereldoorlog. In het stuk stond een goede quote en advies “Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen”.
Buiten ons land liggende verdienmodellen en wet- en regelgeving op grote afstand hebben die nog verbinding met een bevolking? Ik hou het graag dichtbij. De eieren halen we op fietsafstand en ook het vlees komt uit de Hof. We eten zo puur mogelijk en ook de kleding heb ik graag van natuurlijke materialen.
Mijn denkkronkel van vandaag begon met de ergernis over polyester kleding en de verontwaardiging over de vernietiging van zoveel schapenwol. Al die wol, daar moet toch iets mee gedaan kunnen worden? Moeten we stilletjes aan niet weer terug naar de basis? Of het nu gaat om wol of wet- en regelgeving uit Verwegistan, we moeten het hier met elkaar rooien toch?
Een fijne zondag en hartelijke groet,
Marianne