- Maarkelsnieuws.nl - https://www.maarkelsnieuws.nl -

Goansdag

Twee jaar geleden stuitte Henk Dijkink (1949), geboren en getogen Markeloër en tegenwoordig woonachtig in Soest, in de nalatenschap van zijn ouders op een bijzonder boekje: De kopperen tabaksdeuze van H.A. Dollekamp. De vondst vormde de aanleiding om contact te zoeken met Anton Vedders van Stichting Heemkunde Markelo. Tijdens dat gesprek kwam ook het woord ‘goansdag’ ter sprake, een streekwoord dat bij Dijkink vragen opriep over de betekenis en herkomst. Zijn zoektocht naar het antwoord leidde tot een korte beschrijving die inmiddels is opgenomen in het archief van de Stichting Heemkunde Markelo. Graag delen we dit artikel ook met de lezers van Maarkelsnieuws door het te publiceren in de rubriek de Oude Toren.

Goansdag
We kennen het ook als ‘Goonsdag’ of ‘Goosdag’. Wat betekent bovenstaand woord ?

Wat oudere generaties zullen de betekenis van het woord mogelijk nog wel weten. Het werd meestal met een hoofdletter geschreven. We komen het tegen in het markeboek van Elsen: in 1549 als Gaensdages en in 1635 als Goansdach.

De geboren Markeloër Hendrik Albert Dollekamp, een onderwijzer die leefde van 1879 – 1941, heeft in de 20er-jaren van de vorige eeuw enkele streekromans geschreven waaronder “De Kopperen Tabaksdeuze” (1925). Ook hierin wordt een vergelijkbaar woord genoemd: “zee gingn’n noar de veurjoarskaarmse in Lochem en wel op Goosdag”. De Deventer dialectschrijver GW Kuijk (1927) heeft hierover een column in het Deventer Dagblad geschreven. Hij noemt zichzelf ‘plattoloog’, ofwel praktisch kenner van de Nedersaksische streektaal. Hij veronderstelt dat Goosdag misschien komt van ‘Godesdag’ of ‘Dag van God’, een dag waarop Gods zegen rusten moet. Hij vindt dat woord echter niet in de Van Dale, maar wel de woorden Goospenning en Godespenning. Dit blijkt een handgeld te zijn, dat dienstmeiden en knechten ontvingen, als zij zich eens per jaar aan een nieuwe boer verbonden. Zij verhuisden dan van de ene ‘stee’ naar de andere en ontvingen de Goospenning als een soort bezegeling van hun contract en om hun eerste onkosten te dekken. Kuijk gaat ervan uit dat de Goospenning werd uitbetaald op de Goosdag, een speciale dag in het voorjaar. Navorsen van deze uitleg heeft geen bevestiging gegeven dat deze verklaring de enig juiste is.

Nee, we moeten ervan uitgaan dat ‘Goosdag’ simpelweg een ander woord voor woensdag is. Het Dialectenwoordenboek geeft hier verschillende voorbeelden van. Zo zou ‘Goonzeldag’ in NO-Twente gebruikt worden voor woensdag. Maar ook in de rest van Nederland vindt men gelijksoortige woorden in het dialect: in 1260 komt ‘Goonsdag’ al in het Meestreechs voor, en in een groot deel van Limburg gebruikt men ‘Goonsdig’.

Overigens is het ook interessant te vermelden dat de Scandinavische landen ‘onsdag’ gebruiken voor de woensdag. Dit is afgeleid van Odin, de oppergod van de noordse mythologie. Die kent grotendeels dezelfde goden en helden als de Germaanse mythologie, met ietwat andere namen. Zo is Wodan de Germaanse naam voor Odin en de link met ‘woensdag’ (eigenlijk de dag van de god of de goden) is gelegd.