Als je de krant leest staan er veel artikelen in, die je gewoon overslaat omdat het je niet interesseert. Zo viel me laatst een artikel op dat ging over het tekort aan zorgpersoneel in de toekomst. Enkele jaren geleden zou ik er zo overheen gelezen hebben, maar als gepensioneerde kun je ook zo in de situatie komen te verkeren dat je ook zorg nodig hebt. Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat de eigen familie je helpt zoals dat eerder wel was.
Als ik in de verkeringstijd bij de fam. Dollekamp zat, kwam het nogal eens voor dat oma, die nogal corpulent was, naar de wc moest. Haar zoon Hendrik gebruikte steevast de brandweerterm dat we een kleine hulpverlening hadden. Oma kon zelf met de rollator bij de wc komen, maar moest voorzichtig op de pot geplaatst worden, zodat deze niet afbrak en ook met het opstaan waren we paraat. Gelukkig hoefde ik de billen niet af te vegen bij een grote hulpverlening, want daar had ik een broertje dood aan.
Toen mijn vader stierf en mijn moeder, die ms had, alleen achterbleef, spraken we met m’n broers en zus af, dat we om beurten haar op zondagmiddag zouden bezoeken. Ik ging om de zes weken naar Brabant. Ze kreeg thuiszorg en kon nog lang op het ouderlijk huis blijven wonen. Ik ging graag naar haar toe, maar in mijn achterhoofd had ik altijd zoiets van, als ze maar niet naar de wc moet. Dat was helemaal niks voor mij.
Daarom ben ik zo blij dat er zulke lieve mensen zijn die daar minder problemen mee hebben en ouderen en andere hulpbehoevenden zo goed willen helpen. Alle respect voor deze mensen in de zorg. Helaas wordt er in de zorg veel geld achterover gedrukt door criminelen. Daarbij schijnt het om miljarden te gaan. Geld dat bestemd is voor kwetsbare mensen maar ook voor de verzorgenden. Ik las dat een crimineel al gauw € 12.000,00 per maand kan verdienen door het opzetten van een compleet zorgbedrijf. Het is te hopen dat de overheid hier een vinger achter krijgt en dat het zorggeld terecht komt waar het hoort, bij de patiënt en verzorgers.
Overigens heb ik er geen problemen mee, als het op mijn pad komt, om wat te doen voor ouderen of gehandicapte. Toen mijn schoonmoeder dement werd, moest ze opgenomen worden in een verzorgingshuis in Enschede. Ik ging er, vooral op zondagmiddag naar toe en nam haar in de rolstoel mee, voor een wandeling of ergens een kop koffie drinken. Ik vond het leuk en denk er met plezier aan terug. Ik heb echter een keer moeten ervaren dat het wat minder leuk was.
We zaten op een zondagmiddag in de gezamenlijke woonkamer aan een tafel waar ook een oudere man zat. Er was geen verzorgend personeel aanwezig. We praatten wat over koetjes en kalfjes, maar geen intelligente discussies ofzo. De man vroeg me of ik een zoon was. Ik zei nee, ik ben een schoonzoon. Daar was hij het niet mee eens en zei dat ik de zoon was. Het was even stil en enkele minuten later herhaalde hij de vraag met dezelfde discussie. De stemming sloeg langzamerhand om en de beste man begon ook nog eens heel schunnige praat uit te slaan richting schoonmoeder. De man zat ook in een rolstoel op het eind van de tafel en mijn schoonmoeder en ik zaten tegenover elkaar. En voordat ik het goed en wel besefte rolde hij zijn rolstoel naar haar en greep haar in haar kruis. Ik moest snel handelen want dit ging te ver. Ik probeerde de rolstoel van mijn schoonmoeder bij hem vandaan te trekken maar hij greep haar rolstoel. Omdat ik beide handen aan de rolstoel had, probeerde ik met mijn been om zijn arm van de rolstoel los te laten maken. Dat ging enigszins met een schoppende beweging en net op dat moment komen de verpleegsters binnenstormen, die op het tumult waren afgekomen. Je kunt je voorstellen dat ik direct een flinke uitbrander kreeg. Ik bood direct mijn verontschuldigingen aan en zei dat dit ook niet kon, maar dat ik op dat moment niet anders kon handelen. Daar hadden ze weinig begrip voor, het was hun cliënt en die moesten ze beschermen. Ik was het daar helemaal mee eens en sprak ze absoluut niet tegen. Met een rotgevoel verliet ik even later het verpleeghuis.
Enkele dagen later werd ik ontboden in het verpleeghuis om een gesprek te hebben met het afdelingshoofd. Na eerst gezegd te hebben dat ik nooit die schoppende beweging had mogen maken, vertelde ik het verhaal wat er aan vooraf ging. Na het verhaal aangehoord te hebben, begreep hij heel goed wat er gebeurt was. Enigszins schoorvoetend zei hij me dat het protocol zodanig was dat ik een brief thuis kreeg, dat wanneer iets dergelijks nog eens gebeurde, mij de toegang tot het verpleeghuis zouden worden ontzegd. Ik verzekerde hem dat zo iets dergelijks nooit meer zou gebeuren.
Hoe gaat het in de toekomst als er nog minder zorgpersoneel is? Och, we kunnen ons nu wel heel druk maken en dat is ook terecht, maar we moeten ook nog altijd maar afwachten of we het mogen meemaken.
Een zorgeloze zondag.
Gr. Jan vds