Lopend door het oude stadje, was de geschiedenis haast tastbaar en aan te raken. “Als alle mensen die hier zijn, kleding aantrekken van 500 jaar geleden, ben je letterlijk en figuurlijk, 500 jaar terug in de tijd” zei ik tegen Dick. We waren op vakantie in Frankrijk, in de Dordogne. Welk stadje je ook bezoekt daar, heel veel oude huizen en gebouwen staan er nog net als honderden jaren geleden. Al pratend met elkaar hadden we het over welke oude gebouwen er in Markelo en in Enter (waar Dick geboren is) verdwenen waren in de loop der jaren. Heel veel is er niet meer, ten onder gegaan aan de vooruitgang of iets dergelijks. Of het allemaal nodig was? Als je in Markelo alleen in de Grotestraat kijkt dan is er niet heel veel oorspronkelijks meer over, buiten de kerk, het Gemeentehuis en pand van Coöperatie. In Enter en ook in Rijssen is idem dito.
In de omgeving in de Dordogne waar wij waren had zich een groep mensen in de jaren 60, ontfermd over kastelen die in verval dreigden te raken en geprobeerd zoveel mogelijk te redden. Mensen die het belangrijk vonden dat de een stuk historie bewaard bleef.
En die hebben we in Markelo ook, mensen die het belangrijk vinden dat een stuk geschiedenis bewaard blijft. Een belangrijke voorvechter hiervan is helaas afgelopen zondag van ons heengegaan. Gerrit Jan Leferink – GeJe oftewel “Kappen Getjan”. Op de respectabele leeftijd van 95 jaar. Bijna zelf antiek. Wereldberoemd in Markelo en waarschijnlijk ook regionaal bekend in historische kringen. Een man met passie voor de historie van Markelo en zeker geen man die na zijn pensioen achter de geraniums ging zitten. Misschien is hij daarom ook wel zo oud geworden.
Een paar maanden geleden sprak ik hem nog op een donderdagmorgen bij Heemkunde. We hebben nog een leuk praatje gemaakt over een historisch onderwerp. Daarna ging ik even langs bij de boekenkringloop in de Martinushof en daar vond ik zowaar een boek van Jan Jans, welke eigendom was geweest van Gerrit Jan’s neefje en mijn oude buurjongen – Dico Lonink. Dico ook een fervent liefhebber van alles wat historie ademde. Ik ging nog even weer bij hem langs om het boek te laten zien en we hebben het samen nog even over Dico gehad, die al lang niet meer in ons midden is. Dat was de laatste keer dat ik hem zag.
Ik kwam Gerrit Jan ook nog wel eens tegen bij de radio-Heuvel 6. Als we belden “Heb je nog even tijd om langs te komen voor interview?” was dat bijna altijd goed. Mooie gesprekken waren dat, want hij kon boeiend vertellen.
Voor degene die hem niet zo goed kennen, een kleine opsomming van zijn activiteiten en ik zal zeker wat vergeten: van de Folkloristische Vereeniging tot voorzitter van Eungs Schöppe maar met name bekend, denk ik, van de Stichting Heemkunde. Voor zover ik weet, een van de mensen van het eerste uur. Hij was 20 jaar voorzitter en 25 jaar lid van het bestuur. Heel veel mooi werk verricht samen met de andere historie liefhebbers, om de historie van Markelo in kaart te brengen, in beeld te brengen en te digitaliseren en te behouden voor volgende generaties. Daarnaast heeft hij ook veel lezingen/presentaties gegeven bij evenzoveel gelegenheden, gebracht met de nodige humor.
Hij was makkelijke benaderbaar en als iemand een vraag had, wist hij vaak direct al veel te vertellen. Het kon zijn dat hij toch later nog aanvullende informatie vond, dan belde hij op en zei “Ik heb het nog even nagekeken en heb dit nog gevonden”.
Gerrit Jan – de wandelde encyclopedie van de Markelose geschiedenis is “oet de tied”. Hij heeft een waardevolle erfenis aan ons nagelaten voor nu en het nageslacht. Ook al zijn de gebouwen verdwenen in Markelo, de verhalen zijn er nog. Deze column als postuum eerbetoon aan “Kappen Getjan”. Getjan bedankt!
Hartelijke groet,
Marianne