Afgelopen week zag ik ze fietsen, jongeren met een iets te grote nieuwe fiets, een mooie nieuwe tas achter op de fiets. De scholen zijn weer begonnen deze week. Voor veel 12-jarigen de grote overstap van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Een van de grootste stappen in het leven van een mens. Een brugklasser. Strakke gezichtjes, een redelijk tempo op de pedalen. Tot overmaat van ramp begon deze week ook nog met regen. Meteen de regenpakken aan, ook dat nog. Een jong mens – tussen tafellaken en servet – hoe spannend en onzeker is die eerste tijd naar het voortgezet onderwijs.
Veel kinderen uit Markelo gaan naar Holten of soms naar Goor, Rijssen of misschien ook wel Lochem. Al deze kinderen moeten verder fietsen dan ze gewend zijn en daarnaast is alles anders dan dat ze het gewend waren. Als ik terugdenk aan mijn eigen schoolcarrière en die eerste dagen naar Holten – het was een aardverschuiving. Vanuit Elsen ging ik met 2 klasgenootjes, jongens naar Holten. We kwamen in een klas met veelal kinderen van buitenaf, Laren, Dijkerhoek, Bathmen enzovoort.
We moesten echt overal aan wennen. Van een klein schooltje naar een school met 1000 kinderen en 60 leraren. Het gesleep elk uur, heen en weer tussen de verschillende lokalen met zware tassen, toendertijd nog met veel noodgebouwen. De hiërarchie in de gangen, de brugpiepers gingen aan de kant voor de oudere leerlingen. Elk uur een andere leraar. De een soms wat leuker dan de andere. Nederlands van meneer Schimmel, Frans meneer de Roos, Engels meneer Keestra, Aardrijkskunde meneer Mol enz. Leraren waar ik veel van geleerd heb en sommigen een onvergetelijke indruk hebben achtergelaten.
Mijn moeder had, zorgzaam als ze was, voor eventuele regendagen op de fiets, een grote groene legercape gekocht bij toen nog van de Wolde aan de Stationsstraat. Als ik het ding aan had, was ik net een groot zeilschip. Met de wind tegen kwam je haast niet vooruit. Ik heb hem niet vaak gedragen, dan liever de hele dag een natte broek, net weer droog als je naar huis ging. Het zag er ook niet uit en daar ben je erg gevoelig voor op die leeftijd. Ergens heb ik hem verloren en heb er niet om getreurd.
Als we naar huis gingen, werd zeker wekelijks een bezoek gebracht aan Lootje, net buiten Holten. Hier werd uitgebreid gekeken welk lekkers ervoor onderweg aangeschaft werd. Een tijdje terug reed ik erlangs en het keetje staat er nog, niet meer in gebruik trouwens. Nostalgie.
Achteraf ging het wennen toch wel snel maar toch wel een hele stap. Alweer jaren geleden had mijn neefje er na twee dagen zo genoeg van dat toen hij thuiskwam luidkeels verkondigde: “Stomme rotschool, ik ga er niet weer naar toe. Ik ga morgen gewoon weer naar Elsen naar school.” Hij was boos en verdrietig tegelijk. Wat had ik met hem te doen.
Toen mijn eigen kinderen richting het voortgezet onderwijs gingen, had ik er plaatsvervangend vaak ook een beetje een zere buik van die eerste dagen. Met de schooltas in de hand, vertrokken ze vroeg in de morgen van huis. Een beetje onzeker. Je kijkt ze na en hoopt er het beste van. Ik was blij als ze ’s middags, de oprit weer op fietsten. “Hoe ging het?” Een glaasje drinken, een koekje en hun verhaal. En dan nog het huiswerk…
Daarna volgt soms nog een volgende grote stap als ze gaan studeren en uit huis gaan. Wel mondiger dan brugpiepers maar toch een grote stap. Uit huis, alleen zijn, heel zelfstandig moeten werken enzovoort. Ook mijn moederhart maakte dan overuren ondanks dat ik veel vertrouwen in ze had.
Toen ik ’s middags naar huis reed zag dezelfde brugklassers fietsen als die morgen. Nu zaten ze opgelucht, met vertrouwen en zelfs bravoure op de fiets. Gelukkig dacht ik, het komt goed jongens en meisjes, maar je moet er even doorheen.
Een fijne zondag allemaal.
Hartelijke groet,
Marianne