Elke Feenstra, Diab Moussali, Brecht van den Einde en Twan van der Schoot
Met drie eerdere deelnames, een verloren finale én inmiddels de nodige biljartervaring op zak, behoort Brecht van den Einde dit jaar opnieuw tot de laatste vier in de strijd om de titel Biljartkoning(in) van Markelo. De 25-jarige Markeloër probeert daar zelf vooral niet te veel verwachtingen aan te verbinden. Op donderdag 27 augustus gaat hij bij De Kroon dan ook met een eenvoudige instelling de finaleavond in: kijken hoe het loopt.
Brecht werkt doordeweeks bij Assink Grond, Groen en Infra van Jorijn Assink. Met biljarten begon hij rond de coronaperiode. Een jaar eerder draaide hij al als reserve mee bij het team van zijn vader Guus van den Einde. Sinds 2021 is hij zelf actief aan het biljart. Tegenwoordig speelt Brecht bij De Kroon in een team met voormalig Biljartkoning Stef Klein Wassink, Dirk Hameka, Jorijn Assink en Jurjen Lammertink. Aan ervaring binnen het team ontbreekt het daarmee niet. Zelf stond Brecht ook al eens in de finale van het toernooi tijdens het Dorpsfeest. Die eindstrijd verloor hij van zijn teamgenoot Stef Klein Wassink. “Volledig terecht”, voegt Brecht daar zelf aan toe.
Spannende partij tegen Martijn Rensen
Over zijn optreden in het toernooi van dit jaar is Brecht redelijk tevreden. Vooral zijn partij in de vierde ronde tegen Martijn Rensen is hem bijgebleven. De twee kennen elkaar goed en gaven elkaar tijdens de wedstrijd nauwelijks iets toe. Het werd daardoor een spannende partij die lange tijd gelijk opging.
Dat hij uiteindelijk opnieuw tot de laatste vier zou doordringen, was vooraf zeker geen uitgemaakte zaak. Sterker nog: Brecht probeert juist zonder verwachtingen aan het toernooi te beginnen. “Je weet nooit hoe het kan lopen. Als je verwachtingen hebt, kan het eigenlijk alleen maar tegenvallen.”
Ook in de kwartfinale ging het niet vanaf het eerste moment vanzelf. Brecht begon naar eigen zeggen wat stroef. Rond de twintigste beurt, toen hij 23 punten had gemaakt, kreeg hij de overhand. Toch was de partij daarmee nog niet gespeeld. Richting het einde kwam er wat ‘gezonde spanning’ bij kijken en liet hij enkele eenvoudige ballen liggen. Daardoor werd het volgens hem onnodig spannend.
Rust als sterkste wapen
Die spanning past eigenlijk niet helemaal bij wat Brecht zelf als een van zijn sterkste eigenschappen ziet. Hij omschrijft zichzelf als een rustige biljarter die zich niet snel van de wijs laat brengen door zijn tegenstander of door wat er rondom het biljart gebeurt. Een verbeterpunt ziet hij ook: hij kan soms behoorlijk kritisch zijn op zijn eigen spel.
Met Diab Moussali, Twan van der Schoot en Elke Feenstra treft Brecht op 27 augustus drie finalisten die hij redelijk goed kent. Volgens hem liggen de kansen dicht bij elkaar. Toch wijst hij, wanneer hij zichzelf buiten beschouwing moet laten, één favoriet aan: Diab Moussali. “Hij is eigenlijk te goed voor dit niveau”, zegt Brecht met een knipoog. Na het Nederlands kampioenschap begrijpt hij wel dat Diab ook graag de titel Biljartkoning van Markelo aan zijn erelijst wil toevoegen.
Zelf is Brecht niet van plan zijn voorbereiding voor de finaleavond ineens om te gooien. Geen extra trainingsschema of bijzondere aanpak dus. “Ik ga gewoon kijken hoe het loopt. Als het lukt, dan lukt het. En als het niet lukt, probeer ik het volgend jaar gewoon weer.”
Natuurlijk zou de titel hem wel wat doen. Brecht stond immers al eens in de finale en krijgt nu opnieuw de kans om Biljartkoning van Markelo te worden. Tegelijkertijd houdt hij het graag in perspectief. “Ik zou het heel mooi vinden, maar het blijft een spelletje. Dus ik zie wel wat er gaat gebeuren.”
Biljartfinale bij De Kroon
Op donderdagavond 27 augustus hoopt hij in ieder geval op de nodige steun rond het biljart bij De Kroon. Bij zijn vorige finale was zijn familie op vakantie. Ditmaal hoopt hij dat zowel familie als vrienden erbij kunnen zijn. “De vorige keer was het ook heel erg gezellig. We gaan zien wat er gaat gebeuren en laten we hopen dat de beste mag winnen.”