- Maarkelsnieuws.nl - https://www.maarkelsnieuws.nl -

onsProat: Een houtkachel

Regelmatig verschijnt er weer een artikel in de krant over de houtstook. Ik lees dit met veel argwaan, omdat ik zelf graag hout stook, vooral met het koude weer van vorige week is het fijn om je te warmen aan een houtkachel. Maar dit kan zomaar een keer gebeurd zijn. Ik hoop dat we nog even door kunnen gaan. Ik ben ermee opgegroeid.

In de winter maakte mijn moeder iedere dag de kachel aan. Hout was er altijd genoeg. Het kachelhout werd door vader gezaagd, op een zaagtafel met een cirkelzaag. Aangedreven door een zware elektromotor via een brede riem en poulies die op de motor en zaagtafel zaten. Als hij zaagde gaf dat een snerpend geluid dat door merg en been ging, maar je wist niet beter. De zaag had geen keurmerk, vader geen VCA-certificaat en ARBO-regels waren er nog niet. Het is altijd goed gegaan met vaders. Het zagen moest vaak ’s avonds gebeuren. ’s Anderendaags kwam de  buurman effe buurten en vertelde dat de kinderen de avond ervoor niet konden slapen omdat buurman Sjaak weer aan het zagen was geweest. De buurman was zo handig om tijdens het eten langs te komen zodat moeders de klacht dan ook hoorde: nadien werd er ’s avonds niet meer gezaagd.

Samen met twee andere broers sliep ik op een slaapkamer boven de keuken, waar de kachel brandde, dus daar kregen we nog wat warmte van mee. Maar als het hard vroor stonden de ijsbloemen op de ruiten. We hadden een verbouwing achter de rug en daarvan waren van die gele elektriciteitsbuisjes  overgebleven. Deze legden we onder het matras en moesten dan doorgaan als verwarming, althans voor het gevoel. Het hielp wel want als je even in bed lag werd je zo warm.

Behalve de houtkachel hadden we in de “goeie kamer”, nog een elektrische kachel die door een of ander bedrijf aangesmeerd was aan mijn vader. Er zaten bepaalde stenen in die via nachtstroom werden opgewarmd en je kon dan overdag maar vooral ’s avonds de kachel laten branden. Een grote ventilator blies dan warme lucht langs de stenen naar buiten. We noemden het altijd een kerncentrale. Als je onder de douche was geweest en je lange haren weer even wilde drogen, waren ze binnen enkele minuten droog, maar ze stonden ook alle kanten op, vanwege de statische elektriciteit.

Een houtkachel is wel leuk maar je moet er wel tijd voor hebben en aan hout kunnen komen. Tot nu toe kan ik ook nog aardig wat hout bij elkaar scharrelen en lukt het me niet dan koop ik er wel wat bij.  Om het hout te kunnen zagen heb ik zelf een motorkettingzaag en kloofmachine. Het is mooi werk, het zagen, kloven en ook de kachel aanmaken. Voor mijn kleinzoon ben ik dan ook “opa aanmaak”.

De motorkettingzaag moet het dan ook altijd goed doen. Het is maar zelden dat ik hem niet aan de gang krijg. Enkele jaren terug overkwam het me. Ik had de zaag gescherpt, olie en benzine aangevuld en ik probeerde hem aan te trekken. Zonder resultaat; de bougie en het luchtfilter schoongemaakt maar niets hielp. Ten einde raad naar Richard van de Welkoop. Ik was nog niet thuis of ik kreeg al een appje van Richard met foto: Er zat olie in het benzine reservoir en andersom. Oh, wat stom van me, met het schaamrood op de wangen terug naar de Welkoop. Ach, ik was niet de eerste die dit overkwam, het was al veel vaker voorgekomen.

Het hout dat je stookt moet schoon en droog zijn en ook moet je de schoorsteen regelmatig laten vegen. Ik heb weliswaar een brandweerman als windvaan op de schoorsteen staan maar dat is geen garantie dat het goed blijft gaan als je de schoorsteen niet laat vegen.

Toch is het me een keertje mis gegaan. Ik was bij de buurvrouw koffie gaan drinken en toen ik terugkwam zag ik de kamer vol rook staan. Dat is niet zo best. Ik had voordat ik ging koffie drinken, nog wat hout op de kachel gegooid dus ik vermoedde dat er rond de kachel wat brandde maar zag geen vuur. Normaliter zou je de brandweer bellen maar ik wilde zeker weten dat er echt iets aan de hand was voor ik de brandweer ging bellen. Anders zou ik het, na een melding, van de brandweercollega’s nog jaren aan moeten horen “Jan het kan ook maar zo zijn dat er niks aan de hand is”. En dat was in dit geval maar goed ook, na snel in de keuken en boven te hebben gekeken, keek ik nog eens goed in de houtmand en daar lag een verschroeide ovenhandschoen. Het was de boosdoener. Er was blijkbaar een vonk in de handschoen terecht gekomen, waarna de ovenhandschoen flink was gaan smeulen met alle gevolgen van dien.

Een mooie en warme zondag,

Jan vds