onsProat: Good goan!

Beste mensen, vandaag zullen jullie mijn laatste column voor Maarkelsnieuws lezen. Niet dat ik er geen schik meer van heb, maar na vier jaar is het gewoon een keer tijd voor iemand anders. Onze opa zou wel zeggen: “alles hef ’n eane, behalve de wos, want den hef d’r twee”.

De bakermat van onsProat lag destijds bij “onsMarkelo”. Frank Bussink en ik waren de eerste twee columnisten. Al snel werd het aantal uitgebreid tot vier, zodat iedereen ééns per maand aan de beurt was.

De nieuwssite onsMarkelo was destijds gelanceerd als tegenhanger van Maarkelsnieuws dat opereerde onder het juk van Goorsnieuws. Al snel hadden beide redacties in de gaten dat het beter was om samen te werken en zo werden de banden met de Gorenaren verbroken. Gelukkig maar, want deze samenwerking heeft geresulteerd in een superactieve nieuwssite in Markelo die klinkt als een klok.

Voor mijn laatste column dacht ik, weet je wat, ik kijk al mijn oude columns eens even door en haal de leukste onderwerpen nog eens even aan. Nou, daar ben ik maar snel mee gestopt, want als je eenmaal weer begint te lezen, dan wil je alles nog wel een keer weer gebruiken.

Wat ik wel zo tegen kwam was een column die ik richtte aan onze burgemeester (Lieve Ellen) over de bouw van de nieuwe school op de Esch. Dit liet heel wat stof opwaaien in ons Markelo. Ook de column over het sluiten van de Rabobank had hetzelfde effect, hetgeen zelfs door RTV Oost werd opgepakt voor een reportage over het verdwijnen van veel voorzieningen in de plattelandsgemeenten.

Dat ik nu stop is een zegen voor diegene die ik al eens de waarheid heb gezegd en een gemis voor die ander die zei ‘kiek, zo is ’t mar net’.

Naast de vele positieve reacties kreeg ik, net als de andere columnisten, ook wel eens de wind van voren als ik mij ergens iets te kritisch over had uitgelaten. Op zo’n moment moet je maar denken: “mooi loat’n kuier’n, ik weet wie ’t zeg”.

Als ik zo lekker buiten met mijn laptop achter het huis zit, denk ik ongemerkt aan iemand die altijd als rode draad door mijn verhalen heeft gelopen, ‘onze opa’. In gedachten zie ik hem daar nog zo zitten op de bank “achter ’n nienduure” onder de grote lindeboom, om een mand te vlechten of een goastok te maken. Altijd in voor het vertellen van een mooie anekdote of een oude wijsheid. Dan denk ik: Vertell’n hi’j nog mar effen, maar ik weet dat det neet kan, mar mangs effen terug goan in herinnering, doar geniet ik van.

Leu, nog éénmoal; Loat oe good goan en ne fijnen zundag!

Jan Henk Berendsen