Rechterlijke uitspraken

Een rijksdaalder uit die tijd

Sinds er een rechtelijke macht in Nederland is vindt men in de kranten ook rechtelijke uitspraken, soms moeilijk te begrijpen. Zo vonden wij in het archief van de Stichting Heemkunde Markelo een uitspraak uit 1791 die alleen al om het taalgebruik het lezen waard is.

8 Sept. 1791
Memorie voor den Amptsboode van het Scholtampt Lochem
Om met kennis en consent van den Heer officier des voorschr. Scholtampts ter instentie van Mr. G. de Wolff in qlt. als Advocaat Fiskaal des gltn Scholtampts, zo denzelven in dezen Ampte mogte worden bevonden, te arresteren en vervolgens dadelijk te citeren den persoon van Jan Uenks van Markelo in Overijssel wonende, tot het maken van afdragt met citant in zijne qlt., wegens het maken van ruzie en trekken voorts wonding door een mes van den persoon van Zwier Snellink, wonende voor knegt bij Gerrit Rengerink, op de Larense kermis of markt  zijnde geweest op maandag den 5den dezen lopende maand september 1791 met verzoek van exploict beding van relatie en wel expressen eysch van kosten, s salvis.
Johan Hendrik Jantsen adjunct Ambtsbode des Schoutampts Lochem relateerd op zijn eed, dat hij heden morgen den 8st September 1791, voorstaande arrest en citatie heeft geexploicteert en gearresteerde alhier overgebragt.

Actum den 8st Sept. 1791 voor de middags ten halv twaalv, voor de Heer W.J.L. Solner Stadh. en Rigter, Gerigtsld Roelof Roelofsen ende Fredrik Postel.
Compareerde Mr. Gotw. de Wolff in qlt. als Advocaat Fiskaal dezes Scholtampts, te kennen gevende hoe dat heden morgen heeft doen arresteren en vervolgens citeren den persoon van Jan Uenks wonende onder Markelo in Overijssel, ter oorzake denzelven, op de laast gepasseerde Laerense kermis of markt, heeft ruzie gehad te Laeren in dezen Ampte en handgemeen geweest is, voorts met een knijfmes gesneden den persoon van Zwier Snellink wonende voor knegt bij Gerrit Rengerink in de Boerschap Stokkum onder Markelo wonende.
Zaken in een ampt van goede politie en justitie niet tolerabel maer ten hoogsten strafbaar is.
Weshalven den Compt. qp tegens den zelven wil hebben gecontendeerd tot een landregtelijke boete van tien daalders pd moderamine salvo cum expensis.
Vertrouwende Compt. dat hier aan wel zal willen voldoen ende de voorschr. boete met de kosten opleggen en betalen.

Een daalder was 30 stuivers waard en de eerste werd vanaf 1538 geslagen en bleef in omloop tot 1847. Na de decimalisatie van de Nederlandse munten aan het begin van de 19e eeuw was de daalder één gulden vijftig waard. De daalder was van af dat moment in Nederland geen munt meer, maar nog wel een rekeneenheid. De rijksdaalder was een munt die oorspronkelijk 50 stuivers en vanaf 1807 twee gulden vijftig waard was.