onsProat; ik wil een slager in Markelo

Nee, ik bedoel niet de schlager van de Oktoberfesten, die binnenkort in enkele horecagelegenheden in Markelo worden gehouden met dirndls en lederhosen, maar een echte slager. Het liefst een slager met verstand van een goed stuk vlees, die zijn koeien zelf uitzoekt bij Markelose veehouders. Een slager die weet waar hij knijpen moet in die koe om te bepalen of zij mals, kwalitatief goed vlees kan leveren. Een slager die een winkel creëert met beleving. Een volle toonbank, die een lust voor het oog is en waarbij je smaakpapillen beginnen te dansen. Een slager die van een gewone speklap qua smaak een culinair  hoogstandje levert. Ik kook bijna 365 dagen per jaar.  Aangezien ik houd van variatie schaft de pot soms vis of kip. Een ruwe schatting levert op dat er dan nog een slordige 200 dagen resteren waarop ik vlees nodig heb om de maaltijd te bereiden. En dat vlees wil ik niet uit de supermarkt, niet uit de diepvries, niet bestellen, maar vers van de echte slager.

Op weg van mijn werk naar huis koop ik vlees bij slagers in de Hof; afhankelijk van wie op mijn route ligt. Dat kan in Delden, Diepenheim, (zelfs) in Goor, in Hengevelde, maar NIET in Markelo. Ik kan niet loyaal zijn want koop lokaal gaat hier niet op. Ik vind het een goede zaak dat bij de Plus wel enkele artikelen van een echte slager te koop zijn, maar – begrijpelijk – is dit assortiment beperkt. Buiten de Hof ga ik ook wel naar Holten en Enter. Allemaal slagers waar je terecht kunt voor kant-en-klare maaltijden, ambachtelijk bereid, met veel keuze. Slagers die net zo makkelijk een lekker stuk suddervlees, hamburger, verse worst en schnitzel verkopen als de meer bijzondere creaties. Waar je ook een doosje salade meepikt, wat hapjes voor je bezoek, of een product van het seizoen zoals erwtensoep. Geen samengeperste vezels die ervoor zorgen dat een slavink dezelfde smaak heeft als een karbonade. Vlees van een goede slager is het kroonjuweel van je maaltijd.

Aangezien ik bij bovengenoemde slagers nogal eens ‘Maarkelsen’ tegenkom, lijkt me dat er toch wel een markt is voor een slager in Markelo. Een winkelpand is ook wel beschikbaar. Hoe kan het dat niemand in dit ‘gat’ stapt?

We moeten een plan maken; een businesscase. Zijn er risico’s? Tja, het moet enigszins winstgevend zijn; de slager moet ervan kunnen leven. Lijkt me niet zo’n probleem voor een slimme jongen of meid. Naar welke echte slager ik ook ga; ik tik er altijd een behoorlijk bedrag af. Marktonderzoek kunnen we doen; zullen er genoeg inwoners zijn die bij de echte slager gaan kopen? Ik realiseer me heel goed dat mijn mening niet die van iedereen is. Gooien we er een enquête tegenaan. Veel tweeverdieners met weinig tijd (is een kans voor de slager). Veel ouderen die graag in Markelo kopen (kans). Veel feestjes in Markelo (kans voor hapjes en BBQ), veel verenigingen in Markelo (kans) Veel horeca in Markelo (kans) Veel toerisme in Markelo (kans). Slechts enkele vegetariërs (bedreiging; maar met een goede tofu is het misschien toch een kans).

Geef die steak een Maarkels ingrediëntje mee en een speciale naam; Vijfheuvelensteak. Maak een kruidige televisietoren (droge) worst.

Conclusie: het kan oet! Startende slager in Markelo; als je je winkel en producten goed presenteert heb je mij als klant.

Overigens hangt bij mij toch die dirndl in de kast dus kan ik ook wel ff naar het Oktoberfest.

Ik zie jullie bij de s(ch)lager!

Diny